Zaterdag

Mijn ontbijt was een banaan dus voor de lunch mocht ik uitpakken; bij een leuk per-kilo-restaurant in mijn wijkje: de lunch is hier de belangrijkste maaltijd van de dag; warm eten. Het meest gebruikelijk is eten in een buffet-stijl restaurant waar je aan het eind van het buffet je bordje weegt en precies dat betaalt wat je hebt opgeschept. Bonen en rijst zijn altijd aanwezig en ik eet het graag, verder lasagne, groene kool, zalm, salade, groenten en wat fruit. Ik ben gek op dit soort restaurants; veel keus!

En tja, het is zaterdag waarom niet, dus na een stukje wandelen nog maar even heerlijke koffie gedronken bij een koffietentje om de hoek, met een petit gateau.

En om af te sluiten; een gezellige dinner-date met Paula bij een Australisch Steak House; spareribs, caipirinha en een heerlijke Australische chardonnay. Eindelijk een witte wijn.

Celebrar Brasília

Donderdagavond: Celebrar (vieren) Brasília; ik heb het idee dat er vaak gratis evenementen in de stad zijn; zo ook afgelopen donderdag en vrijdag; concerten en VJ’s bij het Museu Nacional; aan de zijkant een podium en projecties op het museum. Slechte foto maar je ziet ‘luchtdansers’ op het museum zelf. Was zeer indrukwekkend om te zien. En leuk gezelschap. Iêda, haar nicht en een vriendin.

Koud dat het was! Brasília kan flink afkoelen na een regenbui.

Zelfs de afwas is cultuur

Wat je hier ziet is altijd aanwezig in een Braziliaanse keuken: een afdruiprek, een fles afwasmiddel en een sponsje, meestal in een speciaal standaardje. Als je afwast doe je dat niet zoals in Nederland in een teiltje met warm water (en in mijn geval heel heet water, afwashandschoenen en met een strikt regime) maar onder de stromende kraan met een schuimend sponsje. En, met koud water! Ik heb hier nog nooit een keuken met warmwaterkraan gezien. Ook niet in de badkamer trouwens. Zelfs wasmachines werken hier alleen met koud water. Verder is er ook nooit handzeep aanwezig; handen wassen doe je in de badkamer.

De eerste anderhalve week

Tussen mijn laatste werkdag bij de Hogeschool en mijn eerste bij de Ambassade zit precies een maand. De laatste twee weken in Nederland vulde ik met afscheidsetentjes en borrels en vooral met het inpakken van mijn huis waarbij ik gelukkig veel hulp had van mijn ouders. Wat een stress gaf dat opruimen en inpakken! Er kwam maar geen eind aan al mijn spullen. En dan hoefde ik me gelukkig niet druk te maken over de meubels; die kon de huisoppas gelukkig goed gebruiken. Gelukkig kregen we alles toch op donderdag voor vertrek ingepakt en opgeruimd en nam ik afscheid van het heerlijke hof en mijn lieve kat. Dat vond ik toch wel erg moeilijk dus met een brok in mijn keel reed ik Leiden uit. Maar ik vind het wel fijn dat ik dankzij deze huisoppas oplossing mijn huis nog een tijd aan kan houden en dat mijn kat Moos dus ook nog gewoon in huis kan blijven.

De laatste nacht in Nederland bracht ik dus door bij mijn ouders in Maarssen. Mijn vader had zijn beroemde appeltaart gebakken en ik kon voor het eerst in weken weer een beetje goed slapen. Vrijdag om zes uur ’s middags pakte ik het vliegtuig naar Lissabon om daar te overnachten. Het afscheid van ouders en vriendinnen op Schiphol voelde allemaal erg onwerkelijk, het was wel erg fijn dat ik uitgezwaaid werd!

Dankzij mijn oud-collega’s van vliegmaatschappij Tap Portugal die ook mijn vlucht en hotel geregeld hadden kreeg ik nog een upgrade naar Business Class. De volgende ochtend om tien uur vloog ik door naar Brasília. Na een vlucht van ongeveer tien uur landde ik en kwam na de paspoortcontrole direct terecht in een Braziliaanse chaos; er waren maar 2 röntgenapparaten om de bagage te scannen dus in een kleine ruimte ontstond een enorme slingerende rij met mensen die begonnen te ruziën over wie nu eigenlijk eerder was. Ik stond in ieder geval ergens aan het einde.

Paula, een vriendin van een oud-studiegenoot kwam me van het vliegveld ophalen en gaf me een lift naar mijn tijdelijke verblijfplaats. Fabielle (oftewel Fabi) de zus van Maria de Fátima, bij wie ik een kamer huurde in Florianoplis bleek al 5 jaar in Brasilia te wonen, in de wijk Sudoeste (zuidwest). Totdat ik zelf iets zou vinden mocht ik bij haar verblijven. Zij was echter het weekend de stad uit dus ze kon me niet ophalen maar ze had de sleutels voor me achter gelaten bij de portier.

De eerste indruk die ik kreeg in de auto van het vliegveld naar huis was; warm, plat, droog, stoffig en helaas; lelijk. Ik had me vooraf niet heel erg in de stad verdiept omdat ik het niet vond meespelen bij de beslissing de baan wel of niet te nemen. Wel had ik gelezen dat het niet een bijzonder mooie of fijne stad was dus wat betreft voldeed het aan mijn weinige verwachtingen. Rond half zes ’s avonds kwam ik aan bij het studiootje van Fabielle. Ik wist dat woningen hier over het algemeen een stuk kleiner zijn en dat klopte; het is ongeveer 30 m² en dat omvat keuken, woonkamer en slaapkamer; en we delen het bed! Ik ging snel wat te eten halen bij de supermarkt en ging vroeg naar bed want ik was inmiddels doodmoe.

De volgende dag, zondag, was ik al heel vroeg wakker door de jetlag en de warmte waar ik nog erg aan moest wennen. De eerste week was het steeds rond de 35-39°. Ik pakte de bus naar een winkelcentrum en regelde daar alvast een Braziliaanse simkaart en pinde eindelijk Braziliaans geld. Je kunt hier gelukkig overal met je Nederlandse bankpas betalen maar een geldautomaat vinden die je bankpas accepteert is veel moeilijker. Daphne, je zakje met Braziliaanse munten kwamen dan ook erg van pas want daarmee kon ik de bus betalen!

Een bus terug vinden was een stuk moeilijker want er gaan op zondag blijkbaar nauwelijks bussen naar mijn wijk. Uiteindelijk een bus gevonden die redelijk in de buurt kwam en toen nog een half uur (om)gelopen door een doodstille woonwijk.

Het was fijn om even twee nachten alleen te hebben om bij te komen van de reis, het tijdverschil en te wennen aan de temperatuur. Toen maandagochtend Fabielle thuis kwam was het ook wel leuk om niet meer alleen te zijn. We gingen lunchen en stapten in de auto om in een andere wijk ‘Asa Sul’ (zuidvleugel) appartementengebouwen te bezoeken en te bekijken of we via portiers misschien lege studiootjes konden zien. Omdat mijn verblijf hier nog wat onzeker is doordat ik nog geen visum heb wil ik niet te veel geld investeren in allerlei dingen aanschaffen en wil ik gemeubileerd huren. Gelukkig is dat hier zeer gangbaar. Wel zijn appartementen erg duur dus ik richtte me op studiootjes. Veel ruimte heb ik in mijn eentje immers ook niet nodig.

Ik merkte gelijk dat Asa Sul me niet erg aanspraak; het is een van de oudste delen van de stad terwijl Sudoeste veel nieuwer is. Ook de indeling is erg gestructureerd maar komt niet zo gezellig over; steeds eerst een commercieel blok en daarachter dan woonblokken. Maar vooral de gebouwen waar studiootjes in zitten zijn wat verder van de bushaltes af; en daarnaast zijn het rijen met studioblokken achter elkaar, dat geeft niet echt sfeer.

Het begon een beetje te duizelen dus we gingen door naar de volgende activiteit. Fabi is lid van een loopgroepje en ik ging ook mee trainen. Het was een flinke groep, minstens 30 man onder leiding van een enthousiaste docent. Dit alles kosteloos en vrijwillig maar ze hebben wel sponsors voor het ‘bora bora’ (embora embora!) loopshirt en de sportdrank achteraf. Het was ’s avonds een stukje afgekoeld en er stond een fijn windje en omdat het zo droog was raak je eigenlijk niet bezweet.

Maandag was ik nog langs het postkantoor geweest om een CPF, een Braziliaans belastingnummer aan te vragen. Dinsdagochtend moest ik het nummer afhalen bij de Belastingdienst. Dat was snel en makkelijk geregeld, dat had ik in 2004 al moeten doen! Dit nummer heb je namelijk bijna overal voor nodig; voor het online kopen van boeken tot het kopen van vliegtickets. ’s Middags ging ik mijn tijdelijke buurt wat meer verkennen en bezichtigde ik wat studiootjes. Deze buurt sprak me echt meer aan; het leek me veel makkelijker hier te voet restaurantjes en winkeltjes te vinden, de gebouwen zijn mooier en moderner en het lijkt hier iets meer op een normale Braziliaanse woonwijk. ’s Avonds ging ik met de bus weer naar Asa Sul waar ik met stagiaire K. van de ambassade had afgesproken. Zij studeerde ook TCLA in Leiden en we zijn allebei bevriend met Rafaela, de Braziliaanse au-pair die ik een paar jaar geleden in Leiden had leren kennen. Heel toevallig zijn we nu allebei in dezelfde Braziliaanse stad terecht gekomen. Ze was hier al een maandje en kon me dus wat meer vertellen over het leven hier en de ambassade.

Het was ook een goede gelegenheid om Asa Sul ’s avonds mee te maken. Ik zag wel dat de commerciële blokken ook gezellig kunnen zijn maar nog steeds grote afstanden, veel verkeer en een ietwat onveilig gevoel.

Woensdag heb ik vooral veel online gezicht naar studiootjes en het rustig aan gedaan. En mezelf getrakteerd op een manicure en pedicure, dat kost ongeveer een tientje dus de meeste vrouwen doen dit wekelijks, heerlijk!

Donderdag had ik afgesproken om kennis te maken op de ambassade. Ik heb er zo’n tweeënhalf uur doorgebracht, kennis gemaakt, over het werk gesproken en natuurlijk bekeken hoe we de visumaanvraag gaan indienen. Uiteindelijk blijkt dat de ambassade de visumaanvraag voor me moet indienen maar dat ik natuurlijk een aantal documenten zelf moet regelen. Op mijn laatste donderdag in Nederland heb ik nog half over kop een geboortebewijs in Rotterdam gehaald (ik zal maar achterwege laten hoe ik met mijn slaperige stresshoofd –met gebrek aan mobiel internet- bij halte Stadhuis in Zoetermeer uitkwam, i.p.v. Stadhuis/Rotterdam) maar volgens mij heb ik dat niet eens nodig. Wel moet mijn doctoraalbul gelegaliseerd worden bij het Braziliaans Consulaat in Rotterdam. Gelukkig heb ik mijn moeder gemachtigd om dat te kunnen doen.

Verder heb ik geen enkel idee hoe lang het gaat duren voordat ik uiteindelijk het visum krijg, misschien moet ik zelfs even terug naar Nederland om het daar op te halen. Maar ik denk maar niet te ver vooruit, een ding tegelijk dan blijft het overzichtelijk.

De ambassade ligt in de sector van de stad die speciaal voor ambassades is. Het lijkt een beetje een afgelegen gebied. Het is wel een erg mooi pand, met een goed onderhouden tuin. Omdat er redelijk wat personeel is bijgekomen de laatste tijd gaat er flink verbouwd worden de komende periode. Het was fijn om eindelijk te zien waar ik ga werken en collega’s te ontmoeten. Iedereen behalve de koffiedame en de chauffeurs spreekt Nederlands, een mengeling van uitgezonden diplomaten en lokale medewerkers zoals ik; sommigen kinderen van Nederlandse immigranten anderen getrouwd (geweest) met Brazilianen.

Voor lunch had ik afgesproken met Iêda. Zij is het nichtje van Gunnar, een Braziliaan die in ’97 ook uitwisselingsstudent in Michigan was. Via facebook heeft hij ons aan elkaar voorgesteld. We gingen lunchen bij haar familie thuis, het was erg prettig om even bij een Braziliaans gezin thuis te zijn en heerlijk te eten. Haar vader was erg blij dat Seedorf voor zijn favoriete Braziliaanse team was komen spelen en liet me ook nog trots een cd van ‘Focus’ zien, een oude Nederlandse band die ik niet kende maar die volgens hem heel beroemd was geweest wereldwijd.

Na de lunch zette ze me af bij een makelaarsbureau en heb ik enkele studiootjes bekeken in zowel Asa Sul als Sudoeste.

Vrijdag ging ik in Sudoeste weer wat studiootjes bekijken en liep ik het futuristisch uitziende pand in wat zich naast Fabi’s flat bevindt. Het bleek dat het pand net afgebouwd was en er werd nog druk geklust en ingericht. In een showroom-studio raakte ik aan de praat met een vertegenwoordigster van het bedrijf wat verantwoordelijk was voor de bouw en inrichting en werd ik rondgeleid door 4 studiootjes. Meteen kreeg ik een goed gevoel erbij, niet alleen was alles spiksplinternieuw maar ook smaakvol aangekleed en ingericht. Het showroom-studiootje sprak me het meest aan en een groot voordeel was dat je hier direct van de eigenaar zou huren. Niet het hele gebouw is van een eigenaar maar de studio’s zijn verkocht aan particulieren die het dan weer verhuren. Hier in Brazilië heb je over het algemeen twee garantstellers nodig die zelf vastgoed bezitten. Als je dat niet hebt moet je een aantal maanden huur vooruit betalen. Beide opties zijn voor mij een probleem.

Met Fabi name ik contact op met de eigenaresse van dit studiootje en we spraken af om op zaterdag haar te ontmoeten.

Vrijdagavond kwam Fabi’s vriend João –die doordeweeks in São Paulo woont – aan in Brasilia en ze zou het weekend bij hem blijven. Dus had ik eindelijk het huis weer even voor mijzelf alleen. Ik had nog steeds last van jetlag en veel wakker worden ’s nachts dus ik was niet echt van plan uit te gaan. Toen het opeens begon te stortregenen was dat een extra excuus om binnen te blijven. Wat ging dat tekeer! Het donderde en bliksemde en het goot. Eindelijk kwam er frisse koele lucht!

Zaterdagmiddag kwamen ze mijn kant weer op en gingen we praten met de eigenaresse van de studio, Mirian. Gelukkig had ze geen al te moeilijke garantie-eisen. Ze wilde een brief van de ambassade waarin ze verklaren dat ik een baan heb en 12 cheques voor elke maand van het jaarcontract als borg. Het duurt helaas nog een tijdje voor ik een bankrekening mag openen (waarschijnlijk pas als ik daadwerkelijk een visum heb) maar gelukkig wil Fabi mij cheques geven. Zonder haar zou ik dit dus eigenlijk niet kunnen huren!

Hierna gingen we met vrienden van João uitgebreid lunchen in een restaurant waar je voor een bedrag onbeperkt ‘Italiaans’ kon eten. Het restaurant viel een beetje tegen; veel te veel geld voor niet heel bijzonder eten. Daarna gingen we nog naar een bar waar live samba muziek was. Het was leuk om even onder de Brazilianen te zijn maar ik verbaasde me er over hoeveel er gedronken werd, na flink wat bier kwamen de flessen wodka en whisky op tafel, de een na de ander. Op zich prima, maar al deze mensen stappen daarna nog rustig in de auto om door te gaan naar een club of naar huis. Uiteindelijk nam ik zelf maar een taxi terug naar huis rond een uur of 21.

Zondag ging ik vast op zoek naar een sportschool en dat was schrikken. Een simpele sportschool zonder groepslessen heb je hier al voor ong. 30 EUR per maand maar omdat ik graag door wil gaan met RPM/Spinning en andere groepslessen zoek ik een sportschool met meer faciliteiten. De mooie sportschool hier om de hoek kost maar liefst 170 EUR per maand! Een andere wat verder weg ong. 90 EUR. Voorlopig hou ik het dus maar bij gratis buiten hardlopen. Dat kan in deze wijk erg goed.

Maandag ben ik op internet nog flink gaan zoeken naar andere studio-opties. Omdat veel mensen mij zeggen dat Asa Sul wegens de meer centrale ligging makkelijker is om in te wonen als je geen eigen vervoer hebt twijfelde ik namelijk erg of ik de studio hier wel moest nemen. Maar uiteindelijk besloot ik toch in deze wijk te blijven. Misschien is het wat verder met de bus maar ook in Asa Sul moet ik met de bus en later op de avond met taxi’s. Dan woon ik liever in een gezelligere wijk waar ik het idee heb dat ik ’s avonds nog alleen over straat kan. Dus vandaag had ik een afspraak met Mirian en hebben we het contract getekend! Ze verwacht dat ze aanstaand weekend van het bouwbedrijf de sleutels krijgt en dat ik er dan komende week in kan. Het is helemaal gemeubileerd maar borden, pannen, beddengoed moet ik nog wel allemaal aanschaffen.

Verder is het nog best een ‘emotionele achtbaan’, grenzen verleggen, hoogte- en dieptepunten! Momenten van twijfel, heimwee, gemis van familie, vrienden, mijn huis en ook mijn kat. Dat voelt soms behoorlijk vervelend maar uiteindelijk besef ik wel weer dat dat hoort bij het begin en dat het zal minderen als ik eenmaal druk aan het werk ben. Het is nu eenmaal niet altijd alleen maar leuk. Wat ik ook moeilijk vind is dat het even omschakelen is van de veiligheid en vrijheid van mijn Leidse leven naar het wonen in een stad waar het moeilijk is je te redden zonder auto en waar een iets grotere kans is op beroving en andere narigheid.

Ik zie er in ieder geval erg naar uit straks mijn koffers eindelijk uit te kunnen pakken en mijn eigen plek hier te hebben.

Gisteren ben ik actief geworden op de Couchsurfing website en volgens mij komen daar wel wat leuke contacten uit voort, als het goed is ga ik vrijdag al met een meisje afspreken bijvoorbeeld. Ook zijn er wekelijkse meetings waar ik van plan ben eens heen te gaan. En morgenavond ga ik alweer op pad met Iêda naar een of andere culturele happening in de stad.

Tot slot, hiernaast onder “pages” staat bij ‘Brasilia’ een stukje over de stad!

Hoe het allemaal begon

Op de middelbare school dacht ik altijd dat ik graag arts wilde worden, ik koos dan ook een exact vakkenpakket op de Havo en toen ik een jaar op uitwisseling ging in Amerika koos ik in mijn pretpakket toch een moeilijk vak; Human Physiology. Maar Spaans ging me een stuk makkelijker af en de latino uitwisselingsstudenten die ik op de tripjes ontmoette vond ik erg interessante en leuke mensen. Terug in Nederland stroomde ik in in VWO 5 en in mijn vrije tijd volgde ik nog een cursus Spaans. VWO met een exact vakkenpakket bleek toch wel erg zwaar te zijn en toen het dreigde mis te gaan moest ik op zoek naar een ‘tweede keuze studie’ voor als ik niet ingeloot zou worden voor geneeskunde. Uiteindelijk zakte ik en besloot ik dat Geneeskunde niet voor mij weggelegd was. Ik was gestuit op de Leidse studie ‘Talen en Culturen van Latijns-Amerika’ die aansloot op mijn interesse in Latijns-Amerika en de Spaanse taal. Met deze studie in combinatie met een praktijkstudie management zou je na het afstuderen vele opties hebben, bijvoorbeeld in het bedrijfsleven. Dat leek mij wel wat.

Na een jaar HBO Lerarenopleiding Spaans had ik mijn propedeuse in bezit en kon ik in 2001 beginnen met studeren in Leiden. In het eerste jaar begonnen we met Spaans, het tweede studiejaar kwam daar Portugees bij. Het ging wat moeizaam bij me, het leek wel erg op Spaans maar dan, net niet. In mijn derde jaar besloot ik dan ook weer op uitwisseling te gaan en wel naar Brazilië omdat ik vond dat het nodig was om mijn Portugees te verbeteren en het land trok me erg.

Eind januari kwam ik aan in Florianópolis, in de staat Santa Catarina, het zuiden van Brazilië. Ik vond een kamer bij Maria de Fátima in huis, een Braziliaanse van ong. 44 en raakte goed bevriend met haar en de andere huisgenoot Carina. Het was niet altijd makkelijk dat half jaar dat ik daar studeerde en leefde; ik worstelde vooral in het begin erg met de taal en moest hard studeren voor mijn lessen. Wel voelde ik me als Europese met een studiebeurs erg rijk; het leven was er goedkoop, het eten heerlijk en ik maakte regelmatig tripjes en sloot mijn tijd daar af met een rondreis van 5 weken door het land.

Bij terugkomst in Nederland ging ik nog niet direct terug naar de collegebanken maar begon ik een stage bij Transfer Latin Business Consultancy. Ik werkte vier maanden aan een marktonderzoek naar de markt voor ouderzorg en revalidatiehulpmiddelen in Portugal. Hiervoor moest ik ook 2 weken naar Portugal om interviews te houden. Het onderwerp was niet heel prikkelend maar wel vond ik deze kennismaking met het werkende leven zeer interessant; het doen van marktstudies en het toepassen van wat ik tijdens mijn praktijkstudie leerde in combinatie met de taal beviel mij wel.

Uiteindelijk studeerde ik in november 2008 af op mijn scriptie getiteld “De Braziliaanse Telenovela (soap): rol en invloed van social merchandising op nationaal en internationaal succes.” Ik had in gedachten aan de slag te gaan als trainee bij een Multinationale bank of ‘iets’ te doen met Latijns-Amerika in het bedrijfsleven; marktonderzoeken, handelsmissies of iets dergelijks. Echter, ik studeerde af in de crisis, het ging slecht met de banken en het bleek moeilijk een baan te vinden met mijn ‘vage’ studie. Gelukkig nam ik een zwangerschapsverlof over bij mijn studentenbaan Kluwer Law International en kon ik fulltime aan de slag maar daarna raakte ik toch werkeloos in maart 2009.

Na 7 weken WW en flink solliciteren kon ik in april 2009 beginnen als Medewerker Klantenservice bij vliegmaatschappij Tap Portugal; waar ik in mijn eentje verantwoordelijk was voor de klachtenafhandeling en de ondersteuning van de Country Manager. Ik had verwacht hier uiteindelijk door te kunnen stromen naar een spannendere (management) functie maar het bleek een zeer klein kantoor te zijn. Het werk ging me prima af en het was erg gezellig maar het klachten afhandelen zelf vond ik vreselijk. Dus vond ik een nieuwe baan bij een vertaalbureau wat helaas nog minder bij mij bleek te passen. Na weer 7 weken WW kwam ik in november 2010 te werken bij de Hogeschool Leiden als roostermaker Fysiotherapie en uiteindelijk begon ik ook weer 1 dag in de week bij Kluwer.

Werken bij de Hogeschool heb ik altijd gezien als iets tijdelijks, ik startte als uitzendkracht voor de overname van een ziekteverlof en bleef sollicitatiebrieven schrijven en dromen over een baan die wel iets met mijn studie te maken had. Of eventueel fulltime werken bij Kluwer omdat ik Online Publishing (mijn afdeling) ook erg boeiend vond. Maar het lukte maar niet, de economie raakte verder in het slop en uiteindelijk trad ik in dienst van de Hogeschool zelf. Ik was blij niet werkeloos meer te zijn, zekerheid te hebben en te werken bij een organisatie met goede arbeidsvoorwaarden en een gezellige groep collega’s maar hoe goed ik het werk ook deed, ik werd er niet heel gelukkig van.

Dit eerste blogje begint al aardig lang te worden dus ik om een lang verhaal iets korter te maken; op een dag kwam uit mijn vele vacaturemails of google-alerts een zeer prikkelende vacature naar voren als “Senior Medewerker Economische Afdeling” bij de Nederlandse ambassade te Brasília, de hoofdstad van Brazilië (nee, dat is dus NIET Rio de Janeiro!), ook vriendin Mieke had de vacature gespot en drong er op aan dat ik een brief zou sturen. Het leek me een fantastische baan, een droombaan, een kans. Een heel mooi begin van een carrière waarin ik eindelijk wat ik tijdens mijn studie geleerd had in de praktijk kon brengen en dan ook nog op het continent zelf! Echter, ik schatte mijn kansen klein in, ik bedoel; ‘senior’?! En, relevante werkervaring had ik niet, dat was tot nu toe ook steeds de reden dat ik niet eens op gesprek mocht komen voor de weinige vacatures in Nederland die wel iets met Latijns-Amerika te maken hadden. Maar goed, baat het niet dan schaadt het niet en dus besloot ik het er op te wagen en toch een brief te schrijven.

Weken hoorde ik niets en ik was eigenlijk al bijna vergeten dat ik gereageerd had toen ik op een donderdagavond 21 juni me aan het haasten was om me klaar te maken voor het huwelijksfeest van mijn nichtje Marieke. Mijn mobiel ging en ik zag een onbekend nummer uit Brazilië op het scherm verschijnen. Over een zeer slechte lijn hoorde ik dat ik een van de tien kandidaten was voor de functie op de ambassade en het hoofd van de Economische afdeling maakten een afspraak met me om de volgende dinsdag een sollicitatie per skype te doen.

Ik maakte toen en vreugdesprongetje en bibberend ging ik vervolgens naar de bruiloft..

Maandag had ik op mijn werk een functioneringsgesprek. Mijn teamleider trok het zich altijd erg aan dat ik niet gelukkig was met mijn werk en ze wilde dit ook weer aankaarten. Ik besloot haar eerlijk te vertellen over mijn sollicitatie de volgende dag en gelukkig was ze niet alleen erg blij voor mij maar ook zeer behulpzaam. De volgende dag kon ik dus eerder naar huis om me voor te bereiden op het skype-gesprek en ’s avonds praatte ik een uur lang met het hoofd van de Economische afdeling. Ik beantwoordde allerlei vragen over de Braziliaanse en Nederlandse economie en ook over mijzelf.

Ook hoorde ik toen meer over de vacature; dat het een lokale vacature is en dat je dus geen hulp zou krijgen mij overtocht, zoeken van woning of het verkrijgen van een visum. Omdat ik iemand ben die graag zekerheden heeft zette me dit wel wat aan het twijfelen.

De volgende dag hoorde ik dat ik door mocht naar een gesprek met de ambassadeur die de week erop in Nederland zou zijn. Weer hielp mijn leidinggevende mee; als roostermaker zat ik midden in een van de drukste weken van het jaar dus er moesten anderen mensen inspringen op mij weg te laten gaan. Voor het skype-gesprek was ik erg zenuwachtig geweest maar voor dit gesprek minder; het leek me moeilijk om te ‘expatriëren’ zonder hulp vanuit de ambassade en door mijn niet heel fantastische financiële situatie ook vrij onmogelijk. Toch wist ik dat als ik afgewezen zou worden ik dat erg jammer zou vinden. Het gesprek was kort, maar een half uurtje en was erg gemoedelijk, zonder moeilijke vragen maar gaf me wel een beter beeld van het werken op een ambassade.

Vervolgens hoorde ik dat ik een van de twee voorkeurskandidaten was en of ik de arbeidsvoorwaarden (salaris en dergelijke) acceptabel vond. Het salaris bleek een stuk hoger dan aanvankelijk gedacht dus opeens leek het wat minder moeilijk om het in Brazilië financieel te gaan redden.

Ook wilden mijn lieve ouders me financieel helpen deze droom mogelijk te maken dus restte mij te beslissen of ik voor deze baan wilde gaan. Wel werd mij op de valreep nog even medegedeeld dat het best eens zou kunnen dat ik geen werkvisum zou krijgen. Ik moest als toerist het land binnen komen en zonder werkvisum zou het dan na 6 maanden einde Brazilie-avontuur zijn. Per jaar mag je namelijk niet langer dan 6 maanden als toerist in Brazilië verblijven.

Moest ik dus echt mijn zekere baan bij de Hogeschool opgeven voor een hele leuke baan met een zeer onzekere toekomst in Brazilië? En dan heb ik het nog niet eens over het opgeven van een leuk Leids leven; huis, relatie, familie, kat, vrienden…

Maar na veel gepraat met familie en vrienden besloot ik het er toch op te wagen. Van mijn baan bij de Hogeschool werd ik echt niet gelukkiger, en ik had heel sterk het idee ‘het is nu of nooit’, deze kans moet ik grijpen. Als ik dit nu niet doe dan blijf ik vast zitten in een baan waar ik geen voldoening uit haal en hoe moeilijk het expatriëren ook gaat worden deze baan klinkt gewoon zeer fijn. Brazilië is ‘booming’ en hoe mooi is het om daar tussen te zitten en mijn steentje bij te dragen aan betere handelsrelaties tussen Nederland en Brazilië? Dus ik zei ja tegen de baan en de Ambassade zei ja tegen mij.

Mijn fantastische Leidse huis kon ik gelukkig achter laten in de handen van een huisoppas die ook nog de zorg van mijn kat tijdelijk op haar neemt. Mocht ik dus terug moeten (of willen!) dan heb ik in ieder geval nog steeds een woning, vrienden en familie zijn er ook altijd nog voor me en een nieuwe baan komt dan vast ook weer wel.